De beheersverordening Havens Nes en Ballumerbocht

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
Overheidsorganisatie Gemeente Ameland
Officiële naam regeling Beheersverordening Havens Nes en Ballumerbocht
Citeertitel Beheersverordening Havens Nes en Ballumerbocht
Vastgesteld door gemeenteraad
Onderwerp ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer
Eigen onderwerp Beheersverordening Havens Nes en Ballumerbocht

Opmerkingen m.b.t. de regeling

De hoofddoelstelling van de beheersverordening is het bieden van een actueel planologisch kader waarbij het bestaande gebruik en de bestaande bouwwerken het uitgangspunt zijn. De digitale beheersverordening is ook via de landelijke website, www.ruimtelijkeplannen.nl, beschikbaar. De digitale beheersverordening zoals deze staat op de landelijke website is authentiek en rechtsgeldig boven de analoge versie. Op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening vervalt het bestemmingsplan voor het gebied waarop de beheersverordening betrekking heeft.

Gehele verordening inclusief bijlagen en toelichting is te vinden via de volgende link: http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/bestemmingsplannen?planidn=NL.IMRO.0060.130204-VG01

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Wet ruimtelijke ordening, artikel 3.38, lid 1.
  2. Gemeentewet, artikel 139.

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Datum ondertekening, Bron bekendmaking Kenmerk voorstel
04-07-2013 n.v.t. Nieuwe regeling 24-06-2013 Gemeente Info 3 juli 2013 RB10c-6-13

Artikel

REGELS

HOOFDSTUK 1             REGELS

Artikel 1            Begripsbepalingen

Artikel 2            Bouw- en gebruiksregels

Artikel 3            Ecologische Hoofdstructuur

Artikel 4            Vrijwaringszone dijk

HOOFDSTUK 2             OVERGANGS- EN SLOTREGELS

Artikel 5            Overgangsrecht gebruik

Artikel 6            Overgangsrecht bouwen

Artikel 7            Inwerkingtreding

Artikel 8            Citeertitel

BIJLAGEN

Gehele verordening inclusief bijlagen en toelichting is te vinden via de volgende link: http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/bestemmingsplannen?planidn=NL.IMRO.0060.130204-VG01

LS

REGELS

HOOFDSTUK 1            REGELS

Artikel 1           Begripsbepalingen

In deze regels wordt verstaan onder:

1.1       verordening:

de beheersverordening Havens Nes en Ballumerbocht van de gemeente Ameland;

1.2       verordeningsgebied:

het gebied waarop deze verordening van toepassing is, vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0060.130204-VG01 met bijbehorende bestanden;

1.3       bestaand legaal gebruik:

het (al dan niet aanwezige) gebruik van de gronden en bouwwerken zoals toegestaan conform:

a.  een in werking getreden bestemmings- of wijzigingsplan;
b.  een omgevingsvergunning voor het gebruik;

1.4       bestaande legale bouwwerken:

bouwwerken die op het tijdstip van de vaststelling van de verordening:

a.  aanwezig zijn én bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn gebouwd;
b.  nog kunnen worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen;

1.5       bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

Artikel 2           Bouw- en gebruiksregels

In het verordeningsgebied gelden de volgende regels:

a  ten aanzien van het gebruik, het bouwen en het uitvoeren van werken en werkzaamheden geldt de regeling zoals opgenomen in Bijlage 1 Voorschriften Havens Nes en Ballumerbocht en Bijlage 4 Voorschriften Partiële Herziening Havens Nes en Ballumerbocht en de daarbij behorende kaart, zoals opgenomen in Bijlage 2 Plankaart 1 Havens Nes en Ballumerbocht, Bijlage 3 Plankaart 2 Havens Nes en Ballumerbocht en Bijlage 5 Plankaart Partiële Herziening Havens Nes en Ballumerbocht- met inachtneming van het bepaalde in lid b;

b.  in afwijking van het bepaalde in lid a, is de regeling in Bijlage 1 Voorschriften Havens Nes en Ballumerbocht en  Bijlage 4 Voorschriften Partiële Herziening Havens Nes en Ballumerbocht  voor zover het betreft de in de artikelen genoemde leden 'Nadere eisen' en 'Wijzigingsbevoegdheid', alsmede de artikelen, 'Overgangsbepalingen', 'Strafbepaling' en 'Slotbepaling' niet van toepassing;

c.  in aanvulling op het bepaalde in lid a geldt, voor zover het bestaande legale gebruik (bouwen en gebruik) afwijkt van hetgeen in artikel 2 Bouw- en gebruiksregels is geregeld, het volgende:
1.  de in het verordeningsgebied gelegen gronden en bestaande legale bouwwerken mogen worden gebruikt overeenkomstig het bestaande legale gebruik;
2.  bestaande legale bouwwerken mogen worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmetingen en op dezelfde locatie;

d.  daar waar in Bijlage 1 Voorschriften Havens Nes en Ballumerbocht en Bijlage 4 Voorschriften Partiële Herziening Havens Nes en Ballumerbocht 'aanlegvergunningen' staat, wordt gelezen: 'omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden';

e.  daar waar in Bijlage 1 Voorschriften Havens Nes en Ballumerbocht en Bijlage 4 Voorschriften Partiële Herziening Havens Nes en Ballumerbocht 'vrijstelling verlenen' staat, wordt gelezen: 'afwijken';

f.  daar waar in Bijlage 1 Voorschriften Havens Nes en Ballumerbocht en Bijlage 4 Voorschriften Partiële Herziening Havens Nes en Ballumerbocht 'vrijstelling' of 'vrijstellingsbevoegdheid' staat, wordt gelezen: 'afwijking'.

Artikel 3           Ecologische Hoofdstructuur

Ter plaatse van het besluitvlak 'Ecologische Hoofdstructuur' gelden de volgende regels.

3.1       Bouwregels

Er mogen uitsluitend worden gebouwd andere bouwwerken ten dienste van de functie, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 2 m mag bedragen en dat de regels, opgenomen in artikel 2 Bouw- en gebruiksregels onverminderd van toepassing zijn, tenzij dit strijdig is met de belangen van Ecologische Hoofdstructuur.

3.2       Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:

a.  het opslaan van mest en/of andere landbouwproducten;
b.  het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden;
c.  het omzetten van gras- en/of schraalland ten behoeve van een ander agrarisch gebruik;
d.  het ploegen en frezen van gronden;
e.  het gebruik van gebouwen ten behoeve van bewoning;
f.   het gebruik van de stranden als parkeerterrein ten behoeve van het gebruik van de strandpaviljoens;
g.  de opslag van goederen ten behoeve van de strandpaviljoens buiten de gebouwen;
h.  het nalaten en/of het plegen van onderhoud en ingrepen, die de veiligheid van de zeekering in gevaar brengen;
i.   het gebruik van de gronden voor exploratieboringen en/of seismologisch onderzoek.

3.3       Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden

3.3.1     Vergunningplicht

Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist:

a.  het ontgronden, af- en/of vergraven, egaliseren en/of ophogen van gronden;
b.  het verwijderen van bomen en/of houtgewas, alsmede de verwijdering van bodem- en oevervegetaties;
c.  het dempen, graven, verdiepen en/of verbreden van plassen, sloten en/of andere watergangen en/of -partijen;
d.  het aanleggen, verharden en/of verbreden van wegen en paden;
e.  het aanbrengen van drainage;
f.   het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van het extensief dagrecreatief medegebruik en/of het educatief medegebruik;
g.  het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen.

3.3.2     Uitzondering

Het bepaalde in lid 3.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:

a.  het normale onderhoud en/of het normale natuurbeheer betreffen;
b.  passen binnen een beheersplan ex artikel 19a en/of artikel 19b van de Natuurbeschermingswet 1998.

3.3.3     Toetsingscriteria

De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, de natuurlijke waarden.

Artikel 4           Vrijwaringszone dijk

Ter plaatse van het besluitvlak 'Vrijwaringszone dijk' gelden de volgende regels.

4.1       Bouwregels

4.1.1     Bouwregels gebouwen, overkappingen en andere bouwwerken

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen, overkappingen en andere bouwwerken worden gebouwd, anders dan ten behoeve van de dijk.

4.1.2     Bouwregels andere bouwwerken

Voor het bouwen van andere bouwwerken geldt de volgende regel:

• de bouwhoogte van andere bouwwerken, ten behoeve van de dijk, zal ten hoogste 2,00 m bedragen.

HOOFDSTUK 2            OVERGANGS- EN SLOTREGELS

Artikel 5           Overgangsrecht gebruik

a.  Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

b.  Het is verboden het met de beheersverordening strijdige gebruik, bedoeld in sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met de beheersverordening strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

c.  Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

d.  Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan of de voorheen geldende  beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan of de verordening.

Artikel 6           Overgangsrecht bouwen

a.  Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
1.  gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
2.  na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

b.  Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%.

c.  Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende bestemmingsplan of de daarvoor geldende beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan of de verordening.

Artikel 7           Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking van het raadsbesluit.

Artikel 8           Citeertitel

 

Deze verordening wordt aangehaald als: beheersverordening Havens Nes en Ballumerbocht.

Toelichting Toelichting

Toelichting

HOOFDSTUK 1             INLEIDING                                                                               

1.1        Aanleiding                                                                                                        

1.2        Waarom een beheersverordening                                                                       

1.3        Waaruit bestaat deze beheersverordening                                                          

1.4        Wat regelt deze beheersverordening                                                                  

1.5        Hoe werkt de verordening                                                                                 

1.6        Leeswijzer                                                                                                        

HOOFDSTUK 2             BESTAANDE SITUATIE                                                           

2.1        Perceelsgebonden functies                                                                               

2.2        Functies openbare ruimte                                                                                  

HOOFDSTUK 3             BELEID EN OMGEVINGSASPECTEN                           

3.1        Beleid                                                                                                              

3.2        Omgevingsaspecten                                                                                         

HOOFDSTUK 4             JURIDISCHE TOELICHTING                                         

4.1        Juridische regeling                                                                                            

4.2        Procedure beheersverordening                                                              

HOOFDSTUK 5             UITVOERBAARHEID                                                                

5.1        Maatschappelijke uitvoerbaarheid                                                                      

5.2        Economische uitvoerbaarheid                                                               

HOOFDSTUK 1            INLEIDING

1.1       Aanleiding

De gemeente Ameland is in de afrondende fase van de actualisatie van de bestemmingsplannen voor haar grondgebied. Voor de meeste gebieden zijn inmiddels bestemmingsplannen vastgesteld of in voorbereiding. Voor het gebied Havens Nes en Ballumerbocht  is in april 1995 een bestemmingsplan vastgesteld. In 1998 is een partiële herziening opgesteld. Voor het plangebied zal een geactualiseerd  bestemmingsplan worden opgesteld. Dit bestemmingsplan is echter niet voor 1 juli 2013 vastgesteld. Ter overbrugging van de periode tot aan de vaststelling van dit geactualiseerde plan kiest de gemeente voor het opstellen van een beheersverordening. Met deze beheersverordening kan tijdig aan de actualisatieplicht uit de Wet ruimtelijke ordening worden voldaan.

1) Een bestemmingsplan is wettelijk 'actueel' wanneer het in de afgelopen 10 jaar is vastgesteld.

De beheersverordening is van toepassing op een bepaald gebied, het verordeningsgebied genoemd. Voor het verordeningsgebied van deze beheersverordening gelden momenteel meerdere bestemmingsplannen. Het gaat om de volgende bestemmingsplannen:

• bestemmingsplan Havens Nes en Ballumerbocht (vastgesteld op 24 april 1995);
• partiële herziening van het bestemmingsplan Havens Nes en Ballumerbocht (vastgesteld op  22 juni 1998).

Bovendien zijn in de loop van de tijd vrijstellings-, ontheffings- en wijzigingsprocedures gevoerd om (perceelsgebonden) ontwikkelingen mogelijk te maken. Deze beheersverordening geeft in één keer een nieuwe en uniforme juridische regeling voor het hele verordeningsgebied. In figuur 1 is de ligging van het verordeningsgebied aangegeven.

Het verordeningsgebied betreft het gebied rond de veerdam ten zuiden van de kern Nes en het gebied rond de havendam in de Ballumerbocht. De begrenzing van het verordeningsgebied is overgenomen van de plangrenzen van de (voorheen) geldende bestemmingsplannen voor die gebieden. De begrenzing van het verordeningsgebied is in bovenstaande figuur weergegeven.

1.2       Waarom een beheersverordening

Bij de actualisatie van een juridische ruimtelijke regeling kan gekozen worden voor een bestemmingsplan of een beheersverordening. In dit geval is gekozen voor een beheersverordening, omdat:

• in het verordeningsgebied sprake is van een feitelijk bestaande situatie en;
• in het verordeningsgebied alleen sprake is van perceelsgebonden ontwikkelingen 2) en;
• een beheersverordening door middel van een snelle procedure kan worden vastgesteld en past in het beleid van verdergaande deregulering.

2) Een perceelsgebonden ontwikkeling is een kleinschalige ontwikkeling die op een perceel mogelijk wordt gemaakt.

De ligging en begrenzing van het verordeningsgebied  Havens Nes en Ballumerbocht

1.2.1     Feitelijk bestaande situatie

De toepassing van de beheersverordening is voor dit verordeningsgebied mogelijk, omdat daarin sprake is van een feitelijk bestaande situatie. De bestaande situatie wordt in dit geval bepaald door de al gerealiseerde bebouwing en het openbare gebied. De bestaande situatie wordt nader beschreven in hoofdstuk 2. Illegale bouwwerken horen niet bij de feitelijk bestaande situatie en worden in de beheersverordening niet zonder meer gelegaliseerd.

1.2.2     Ontwikkelingen

In het verordeningsgebied worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die nog niet zijn toegestaan op grond van het (voorheen) geldende bestemmingsplan. Wel zijn enkele perceelsgebonden ontwikkelingen mogelijk. Bij de perceelsgebonden ontwikkelingen gaat het om (kleinschalige) ontwikkelingen die in de geldende bestemmingsplannen al mogelijk waren gemaakt. Dit houdt in dat bijvoorbeeld een bestaand gebouw mag worden uitgebreid tot een bepaalde oppervlakte.

1.2.3     Procedure

Een beheersverordening is een goed middel om binnen korte termijn een actuele juridische regeling voor het grond gebied te hebben. Een beheersverordening heeft een relatief korte procedure om te komen tot de vaststelling. De procedure wordt besproken in 4.2.

1.3       Waaruit bestaat deze beheersverordening

Kort gezegd bestaat een beheersverordening uit een verbeelding van het verordeningsgebied en regels. Meer concreet gaat het om:

• een object dat bestaat uit het gebied waarop de verordening betrekking heeft (het verordeningsgebied);
• een of meer objecten binnen het gebied (besluit(sub)vakken);
• regels die gekoppeld zijn aan het gebied en/of de objecten binnen het gebied en die gericht zijn op het beheer van het gebied;
• regels die gaan over gebruiken, bouwen, aanleggen en slopen, afwijken met een omgevingsvergunning en overgangsrecht.

De beheersverordening gaat vergezeld van deze toelichting. Deze motiveert in ieder geval de keuze voor het instrument, waarom er geen ruimtelijke ontwikkelingen worden voorzien, welke onderzoeken hebben plaatsgevonden, etc. De toelichting bevat ook een uitleg van de regeling.

1.4       Wat regelt deze beheersverordening

Het belangrijkste uitgangspunt voor deze beheersverordening is dat deze de bestaande situatie vastlegt. De feitelijk bestaande situatie en de (voorheen) geldende bestemmingsplannen zijn daarbij het uitgangspunt. Een beheersverordening mag in principe geen “ruimtelijke ontwikkelingen” bevatten. Dit betekent echter niet dat de situatie volledig op slot gaat. De feitelijke situatie is in deze verordening aangevuld met onbenutte mogelijkheden uit de geldende bestemmingsplannen voor het verordeningsgebied. In een deze beheersverordening gaat het onder meer om:

1.  uitbreidingsmogelijkheden voor gebouwen en bouwwerken;
2.  aanpassing van het gebruik van een terrein en/of gebouw;
3.  algemene afwijkingsregels.

Daarmee is geen sprake van “ruimtelijke ontwikkelingen”. De ruimte die de beheersverordening biedt is gebaseerd op de bestaande mogelijkheden uit de (voorheen) geldende bestemmingsplannen.

Het kan voorkomen dat een ontwikkeling gewenst is die niet binnen de in deze beheersverordening opgenomen (perceelsgebonden)  ontwikkelingsmogelijkheden past. In zo een geval is een nieuwe juridisch-planologische regeling nodig, bijvoorbeeld een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van deze beheersverordening.

De beheersverordening legt dus de feitelijke situatie vast door middel van een algemene regeling, waardoor een eenvoudige regeling mogelijk is. Er zijn echter aandachtspunten die invloed kunnen hebben op de systematiek van de verordening. Het kan nodig zijn om meer te specificeren en/of detailleren door middel van besluit(sub)vlakken op de verbeelding of specifieke bepalingen in de regels. In het verordeningsgebied is inderdaad sprake van enkele gebieden met specifieke regelingen. Hierover wordt in hoofdstuk 4 meer informatie gegeven.

1.5       Hoe werkt de verordening

De beheersverordening moet digitaal worden gemaakt volgens de Praktijkrichtlijn Gebiedsgerichte Besluiten. De verordening wordt door de gebruiker daarom via een digitaal platform (meestal de website RO-online, www.ruimtelijkeplannen.nl) benaderd. Digitaal gezien zijn er verschillende vlakken zichtbaar, namelijk het verordeningsgebied, de besluitvlakken en (eventueel) de besluitsubvlakken. Hierna volgt een korte omschrijving van wat deze vlakken regelen:

• Verordeningsgebied. Het verordeningsgebied is het gebied waarvoor de beheersverordening van toepassing is. De regelingen die niet specifiek gekoppeld zijn aan een besluitvlak of een besluitsubvlak zijn altijd van toepassing op het hele verordeningsgebied. De regels zijn gericht op het behouden van de bestaande situatie.

• Besluitvlak. Op het hele verordeningsgebied, of een bepaald deel daarvan, kan een besluitvlak zijn gelegd. In deze beheersverordening heeft het hele verordeningsgebied het besluitvlak 'Bestaand'. Dit omdat de regels, die bij dit besluitvlak horen, gericht zijn op het behoud van de bestaande situatie. Deze regels zijn (digitaal) direct gekoppeld aan het besluitvlak. In een andere situatie, bijvoorbeeld het besluitvlak 'Veiligheidszone - lpg', worden aanvullende regels gegeven die gericht zijn op het voorkomen van de bouw van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten binnen de veiligheidszone.

• Besluitsubvlak. Binnen het besluitvlak is in deze verordening sprake van meerdere besluitsubvlakken. De besluitsubvlakken zijn bedoeld om in een bepaald deel van het besluitvlak aanvullende regelingen te geven, gebaseerd op de geldende bestemmingsplannen. Deze beheersverordening kent geen besluitsubvlakken.

• Overige. Naast de regelingen zoals hiervoor omschreven kan ook sprake zijn van afwijkingsregels. Ook deze kunnen zijn gekoppeld aan een besluit(sub)vlak.

1.6       Leeswijzer

De beheersverordening is als volgt opgebouwd. In het volgende wordt allereerst een beschrijving gegeven van de bestaande situatie in het verordeningsgebied aan de hand van de voorkomende functies en voorzieningen. De bestaande situatie is immers het uitgangspunt voor deze beheersverordening en daarom van belang.

Daarna wordt in hoofdstuk 3 het beleid en de milieu- en omgevingsaspecten uiteengezet. Deze kunnen extra uitgangspunten voor deze beheersverordening geven.

Hoofdstuk 4 geeft een juridische toelichting op de beheersverordening. In dit hoofdstuk staat dus de toelichting op de regeling in deze beheersverordening en staat een korte uitleg van de procedure die de beheersverordening doorloopt om rechtskracht te krijgen.

In hoofdstuk 5 wordt tot slot ingegaan op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.


 

HOOFDSTUK 2            BESTAANDE SITUATIE

Dit hoofdstuk geeft inzicht in de bestaande situatie in het verordeningsgebied. De bestaande situatie wordt onderscheiden in perceelsgebonden functies 3) en functies in de openbare ruimte. Bij de ruimtelijke verschijningsvorm van de bebouwing en openbare ruimte is de bestaande situatie het uitgangspunt. Dit hoofdstuk beschrijft daarom de bestaande functies. In onderstaande luchtfoto' staat een weergave van de situatie van het verordeningsgebied.

3) Een perceelsgebonden functie is de functie van het betreffende perceel. In een beheersverordening is deze aan het perceel gekoppeld, zodat alleen die functie mogelijk is.

Luchtfoto verordeningsgebied


 

2.1       Perceelsgebonden functies

Zoals in hoofdstuk 1 aangegeven bestaat het verordeningsgebied uit het gebied rond de veerdam ten zuiden van de kern Nes en het gebied rond de havendam in de Ballumerbocht. Beide gebieden liggen aan de zuidzijde van het eiland, in de Waddenzee.

2.1.1     Dam Ballumerbocht

De havendam in de Ballumerbocht heeft een functie als werkhaven en ligplaats voor de reddingsboot. Op deze dam is bebouwing aanwezig die gebruikt wordt door de KNRM. Daarbij is bijvoorbeeld sprake van een kantine, maar ook van opslag en bergingsruimte. Het (voorheen) geldende bestemmingsplan heeft een passende regeling voor deze functies, die in deze beheersverordening overgenomen wordt. Aanvullende regelingen zijn niet nodig.

2.1.2     Veerdam Nes

De veerdam ten zuiden van is de aankomst- en vertrekplaats voor de veerboot van en naar Holwerd. Dit betekent dat op de kop van de veerdam een terminalgebouw staat. Dit is een relatief kleinschalig en laag gebouw. Nabij de terminal is ook de veerbrug aanwezig, die de veerboten bereikbaar maakt voor auto's en fietsers en dergelijke. Tot slot staan in dit gebied kleine gebouwtjes met een ondersteunende functie. Het (voorheen) geldende bestemmingsplan heeft een passende regeling voor deze functies die in deze beheersverordening overgenomen wordt. Aanvullende regelingen zijn niet nodig.

2.1.3     Overige functies

Op de veerdam bevindt zich een restaurant en een fietsverhuur. Deze functies zijn geconcentreerd in één gebouw. Dit gebouw staat aan de noordzijde van de veerdam. Bij dit gebouw is ook een watertaxiverhuur aanwezig. Het (voorheen) geldende bestemmingsplan heeft een passende regeling voor deze functies die in deze beheersverordening overgenomen wordt. Aanvullende regelingen zijn niet nodig.

2.2       Functies openbare ruimte

Naast de perceelgebonden functies maakt de openbare ruimte ook een belangrijk deel uit van het verordeningsgebied. Bij deze beheersverordening gaat het om wegen, water en natuur.

2.2.1     Wegen

In het verordeningsgebied zijn meerdere wegen aanwezig. Het gaat vooral om erfontsluitingswegen. De weg op de veerdam bij Nes is bijvoorbeeld bedoeld als ontsluitingsweg van verkeer van en naar de veerboot en de havens. Naast deze weg zijn in het verordeningsgebied fiets- en voetpaden en parkeerplaatsen aanwezig. Deze zijn aangelegd ten dienste van de bereikbaarheid van de omgeving en de aangrenzende functies. De (voorheen) geldende bestemmingsplannen hebben hiervoor een passende regeling die in deze beheersverordening overgenomen wordt. Aanvullende regelingen zijn niet nodig.


 

2.2.2     Water

Buiten de dam van de Ballumerbocht en de veerdam bij Nes bestaat het verordeningsgebied grotendeels uit water (waddengebied). Het water heeft naast een recreatieve functie, vooral ook een natuurlijke functie. De (voorheen) geldende bestemmingsplannen hebben hiervoor een passende regeling die in deze beheersverordening overgenomen wordt. Aanvullende regelingen zijn niet nodig.

2.2.3     Natuur

Ameland kent een grote ecologische waarde. De omgeving van het verordeningsgebied heeft dan ook deels een natuurlijke waarde wat is aangewezen als Natura 2000-gebieden en Ecologische Hoofdstructuur (EHS). In 3.1 en 3.2.8 wordt hier nader op ingegaan.

2.2.4     Zeewering

In het gebied zijn dijken aanwezig die van belang zijn als zeewering. Het gaat daarbij om dijken die zijn aangewezen als primaire waterkering. In 3.1 is meer informatie over de betekenis van deze zeeweringen aangegeven.

2.2.5     Recreatie

Recreatie is in het verordeningsgebied een belangrijke functie. Dit uit zich vooral bij de veerdam en het havengebied ten zuiden van Nes. Het havengebied biedt liggelegenheid voor de recreatievaart (jacht- en passantenhaven). De (voorheen) geldende bestemmingsplannen hebben hiervoor een passende regeling die in deze beheersverordening overgenomen wordt. Aanvullende regelingen zijn niet nodig.


 

HOOFDSTUK 3            BELEID EN OMGEVINGSASPECTEN

Geldend beleid en uitgangspunten vanuit omgevingsaspecten kunnen invloed hebben op de juridische regeling in deze beheersverordening. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op voor de beheersverordening van belang zijnde beleidsuitgangspunten en omgevingsaspecten. 

3.1       Beleid

Op verschillende niveaus gelden beleidsnota's die betrekking hebben op het verordeningsgebied. Op rijksniveau zijn dit onder andere de “Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte" (SVIR) en het "Besluit algemene regels ruimtelijke ordening" (Barro).

Het Barro geeft aan dat het verordeningsgebied deels onder 'Waddenzee' en deels onder 'waddengebied' valt. De bescherming van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de Waddenzee en het waddengebied staat daarbij voorop. Dit betekent dat een "nee, tenzij"-regime van toepassing is waar het gaat om nieuwe ontwikkelingen. Nieuwbouw is niet mogelijk, met uitzondering van datgene dat in een (voorheen) geldend bestemmingplan al toegestaan is. Deze verordening neemt de geldende regelingen over. Nadere bouwmogelijkheden worden niet mogelijk gemaakt.

Op provinciaal niveau gelden de Verordening Romte en het Structuurplan Fryslân. Meerdere regels zijn op het verordeningsgebied van toepassing. Het 'Kustfundament Waddeneilanden' is in eerste instantie van toepassing. Daarbij is opgenomen dat het Kustfundament bedoeld is als primaire waterkering. Hierbij is een regeling opgenomen die aangeeft dat het niet zomaar is toegestaan om het grondoppervlak bebouwing uit te breiden. Daarbij zijn echter enkele uitzonderingen genoemd, dit geldt onder meer voor de planologische mogelijkheden uit de (voorheen) geldende bestemmingsplannen. Deze mogen in een nieuwe juridische regeling overgenomen worden. Voor het kustfundament hoeft daardoor geen aanvullende beschermende regeling opgenomen te worden.

In de legger primaire, secundaire en regionale waterkeringen van het Wetterskip Fryslân  zijn de eisen vastgelegd waaraan de waterkeringen volgens de wettelijke veiligheidsnorm moeten voldoen naar richting, vorm, afmeting en constructie. In de Legger van de primaire waterkering zijn ook de juridische begrenzingen opgenomen. Dit zijn het waterstaatswerk, de beschermingszone, de buitenbeschermingszone, het profiel van vrije ruimte en de ruimtelijke reserveringszone. Het profiel van vrije ruimte en de ruimtelijke reserveringszone zijn nieuw in de Legger. Er wordt ruimte gereserveerd om dijkversterking in de toekomst mogelijk te maken tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten. Dit betekent dat hier beperkingen gelden. Binnen het profiel van vrije ruimte zullen in de toekomst daadwerkelijk dijkverbeteringen plaatsvinden. De reserveringszone bevat ook de toekomstige beschermingszone. In deze beheersverordening is voor de beschermingszone primaire waterkering  een specifieke regeling opgenomen (besluitvlak  'vrijwaringzone-dijk'). De ligging van het besluitvlak is gerelateerd aan de buitenste beschermingszone.

Een groot gedeelte van Ameland, met uitzondering van de reeds bebouwde percelen, behoort tot de EHS. Het verordeningsgebied is deels ecologische hoofdstructuur. Een specifieke regeling is hiervoor in de verordening opgenomen. 

Op gemeentelijk niveau gelden diverse beleidsstukken. Bijvoorbeeld de "Structuurvisie Ameland", "Toeristisch actieplan Ameland", "Nota verblijfsrecreatie 2009 - 2015" en de "Welstandsnota". De gemeentelijke beleidsstukken geven geen nieuwe uitgangspunten voor deze beheersverordening. Waar nodig zijn uitgangspunten overgenomen in de regelingen van de voorheen geldende bestemmingsplannen. 

3.2       Omgevingsaspecten

Het uitgangspunt is dat - ook in de toekomst - een goede omgevingssituatie voor de aanwezige functies in en rond het verordeningsgebied behouden blijft. In de volgende paragrafen worden de omgevingsaspecten behandeld.

3.2.1     Milieuzonering

Voor de milieuzonering is door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) het systeem “Bedrijven en milieuzonering” ontwikkeld. Het systeem heeft de vorm van een bedrijvenlijst, waarin de bedrijven zijn gecategoriseerd op hun milieueffecten. Afhankelijk van de mate waarin de in deze lijst opgenomen bedrijven milieuhinder (uitgaande van de gemiddelde bedrijfssituatie) kunnen veroorzaken, kent de lijst aan de bedrijven een milieucategorie toe. Naarmate de milieuhinder toeneemt, loopt de milieucategorie op van 1 t/m 6. Per categorie zijn richtlijnafstanden tot een “rustige woonwijk / rustig buitengebied” of een “gemengd gebied” aangegeven.

Door de vaststelling van deze verordening wordt geen grotere hinder op de omgeving verwacht. Bovendien is sprake van een situatie die ter plaatse al jaren zo bestaat en door deze verordening niet in grote mate veranderd kan worden. 

3.2.2     Geluid

De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen met betrekking tot de geluidbelasting van geluidgevoelige gebouwen en terreinen door drie verschillende geluidsbronnen: wegverkeer, spoorwegverkeer en industrie. Van spoorweg- en industrielawaai is in dit verordeningsgebied geen sprake. In de omgeving van het verordeningsgebied zijn geen spoorwegen en bedrijven aanwezig die invloed hebben op de gebieden.

Voor wegverkeerslawaai is in de Wgh bepaald dat elke weg in principe een zone heeft, waarbij aandacht aan geluidhinder moet worden besteed. Wegen waar deze zone in principe niet geldt, zijn onder andere wegen waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km/uur. De wegen in het verordeningsgebied hebben een maximumsnelheid van 60 km/uur, waardoor de weg een wettelijke geluidszone heeft. De beheersverordening maakt de ontwikkeling van nieuwe geluidgevoelige objecten niet mogelijk. Bestaande geluidsgevoelige objecten zijn op hun huidige plaats vastgelegd, waardoor ze ook niet dichter naar een zoneringsplichtige weg gebouwd kunnen worden. Dit aspect geeft geen uitgangspunten en belemmeringen voor deze verordening. 

Er is geen wettelijk toetsingskader voorhanden voor scheepvaartlawaai. Wanneer voor nieuwe geluidsgevoelige functies vanwege andere geluidsbronnen hogere waarden dienen te worden vastgesteld, is het gewenst om de geluidsbelasting vanwege scheepvaartlawaai in beeld te brengen in verband met mogelijke cumulatieve effecten. De beheersverordening maakt de ontwikkeling van nieuwe geluidgevoelige objecten niet mogelijk. Het aspect scheepvaartlawaai geeft geen uitgangspunten en belemmeringen voor deze verordening. 

3.2.3     Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beheersen van risico's. Deze risico's kunnen ontstaan door de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen en transportroutes voor gevaarlijke stoffen (ondergronds en bovengronds). In het verordeningsgebied zijn geen bovengrondse en ondergrondse transportroutes voor gevaarlijke stoffen aanwezig. In het verordeningsgebied is geen sprake van de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen.

Wel zijn ongevallen op het water mogelijk, in verband met de veerbootroute Ameland-Holwerd. Dit heeft echter geen ruimtelijke gevolgen en dus geen invloed op de ruimtelijke mogelijkheden bij de aangeduide route. Het aspect externe veiligheid geeft geen uitgangspunten en belemmeringen voor deze verordening. 

3.2.4     Luchtkwaliteit

De Wet luchtkwaliteit is een deel van de Wet milieubeheer. In de wet zijn normen opgenomen voor de luchtkwaliteit. De luchtkwaliteitseisen vormen onder meer geen belemmering voor een ruimtelijke ontwikkeling wanneer sprake is van (1) een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde of (2) wanneer een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit.

De luchtkwaliteit levert in de huidige situatie van het verordeningsgebied geen negatieve effecten op. Voor de bestaande situatie was dit al zo. Deze beheersverordening laat geen nieuwe ontwikkelingen toe die de luchtkwaliteit in betekenende mate verslechteren. Een nader onderzoek is daarom niet nodig.

3.2.5     Bodem

Voor het aspect bodem is onder meer de Wet bodembeheer van toepassing. Vooral bij nieuwe (woningbouw)ontwikkelingen moet aangetoond worden dat woningen op een bodem van voldoende kwaliteit worden gebouwd.

3.2.6     Water

Het verordeningsgebied valt grotendeels onder het beheer Rijkswaterstaat en deels onder het beheer van het Wetterskip Fryslân. Met deze beheersverordening wordt de bestaande situatie vastgelegd. Andere ontwikkelingen dan in de (voorheen) geldende bestemmingsplannen worden niet voorzien. In het gebied zijn geen ontwikkelingen voorzien die invloed kunnen hebben op het watersysteem.

3.2.7     Archeologie en cultuurhistorie

In wet- en regelgeving, onder andere de Monumentenwet, is aangegeven dat rekening gehouden moet worden met bestaande archeologische en cultuurhistorische waarden.

Archeologie

De provincie Fryslân heeft via de FAMKE-kaart de archeologische verwachtingswaarden en monumenten in de hele provincie in beeld gebracht. Daarbij heeft zijn twee perioden gehanteerd; steentijd-bronstijd en ijzertijd-middeleeuwen. Voor het verordeningsgebied geldt geen onderzoeksplicht voor de periode steentijd-bronstijd en ook niet voor de periode ijzertijd-middeleeuwen. In de verordening is geen aanvullende regeling voor archeologie opgenomen.

Cultuurhistorie

Het verordeningsgebied kent geen gebouwde rijks-, provinciale en gemeentelijke monumenten. Een specifieke regeling is niet nodig. Bovendien gaat de beheersverordening uit van het behoud van de bestaande situatie van de bebouwing en maakt het alleen ontwikkelingen mogelijk wanneer deze in de (voorheen) geldende bestemmingsplannen waren opgenomen. Wanneer wijzigingen aan hoofdvorm en/of gevel plaatsvinden is een toetsing van de omgevingsvergunningaanvraag aan de verordening nodig.

3.2.8     Ecologie

Het verordeningsgebied is getoetst aan de ecologische aspecten. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming (Natuurbeschermingswet) en soortenbescherming (Flora- en faunawet).

Gebiedsbescherming

In en in de omgeving van het verordeningsgebied liggen verschillende Natura 2000-gebieden, namelijk; "Duinen Ameland", "Noordzeekustzone" en "Waddenzee". Deze gebieden maken ook deel uit van de ecologische hoofdstructuur (EHS). Een groot gedeelte van het eiland behoort, naast de reeds genoemde natuurgebieden, ook tot de EHS. Het verordeningsgebied maakt grotendeels deel uit van de EHS. Deze verordening maakt echter geen extra ontwikkelingen mogelijk in de EHS. De bestaande situatie in het verordeningsgebied wijzigt niet. Een nader onderzoek naar beschermde gebieden is bij deze beheersverordening niet nodig. Zoals eerder aangegeven is in deze verordening wel een specifieke regeling opgenomen voor de EHS.

Soortenbescherming

Het verordeningsgebied biedt mogelijk verblijfs-, doorvlieg- en foerageergebied voor beschermde soorten. Bijvoorbeeld voor vleermuizen, door de aanwezigheid van de (oudere bakstenen) gebouwen en het groen. Echter, de bestaande situatie van de recreatieterreinen verandert niet, waardoor mogelijke verblijfs-, doorvlieg en foerageergebied van beschermde soorten niet aangetast wordt. Een nader onderzoek naar beschermde soorten is bij deze verordening niet nodig.

3.2.9     Kabels en leidingen

In het verordeningsgebied zijn geen ruimtelijk relevante kabels en leidingen aanwezig.


 

HOOFDSTUK 4            JURIDISCHE TOELICHTING

In dit hoofdstuk vind een toelichting op de juridische regeling en de procedure van deze beheersverordening plaats.

4.1       Juridische regeling

In de beheersverordening is de bestaande situatie vastgelegd door middel van een verordeningsgebied. De bestaande situatie is weergegeven in hoofdstuk 2 Deze bijlage vormt de basis voor de gebruiks- en de bouwregels.

Onder de feitelijke bestaande situatie wordt het bestaande gebruik en de bestaande bouwwerken verstaan:

• het gebruik van de gronden en bouwwerken zoals aanwezig op het moment van de inwerkingtreding van deze beheersverordening;

• bouwwerken die op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze beheersverordening aanwezig zijn, dan wel gebouwd kunnen worden krachtens een (al verleende) omgevingsvergunning voor het bouwen.

In deze beheersverordening zijn de bestaande functies en bebouwing geregeld, door middel van gebruik- en bouwregels. Deze regelen de functies die beschreven zijn in hoofdstuk 2 en het gebruik en de bebouwing die is opgenomen in de bijlagen. De regeling is in enkele gevallen aangevuld met regelingen uit het bestemmingsplan zoals die tot vaststelling van deze verordening geldt.

4.1.1     Bouw- en gebruiksregels

De bouw- en gebruiksregels beschrijven geven aan wat er gebouwd mag worden en hoe gronden en bouwwerken gebruikt mogen worden. De basis hiervoor is de regeling uit de (voorheen) geldende bestemmingsplannen. Omdat de terminologie van die bestemmingsplannen anders is dan in de huidige wetgeving, staat in de bouw- en gebruiksregels ook hoe deze gelezen moeten worden. Een voorbeeld is dat vrijstelling en ontheffing nu gelezen moeten worden als 'omgevingsvergunning voor afwijking van de beheersverordening'.

4.1.2     Specifieke regels

Specifieke regels kunnen opgenomen worden voor aspecten die in de bestaande situatie wel aanwezig zijn en invloed hebben op de omgeving, maar nog niet in de voorheen geldende bestemmingsplannen geregeld zijn. Voorbeelden van dergelijke aspecten zijn riool- en waterleidingen, archeologisch waardevolle gebieden en veiligheidszones rond inrichtingen waarbij gewerkt wordt met gevaarlijke stoffen. Een regeling voor deze aspecten is meestal vanuit wetgeving, regelgeving en beleid vereist. De regeling is daarbij gericht op het behoud en de bescherming van de bestaande situatie en de voorkoming van een vergroting van het risico. De regels gelden bovendien als toetsingskader wanneer een omgevingsvergunning voor een perceelsgebonden ontwikkeling gewenst is. Bij de regels zijn hiervoor toetsingscriteria opgenomen waaraan voldaan moet worden voordat een vergunning verleend kan worden.

In deze verordening is een specifieke regeling voor de vrijwaringzone rond de Waddenzeedijk opgenomen. Het is niet toegestaan om gebouwen, overkappingen of bouwwerken in de vrijwaringszone rond de dijk te bouwen. Dit om te voorkomen dat eventuele toekomstige dijkverbeteringen hierdoor belemmerd kunnen worden. Alleen bouwwerken ten behoeve van de dijk zelf zijn wel toegestaan. De ligging van het besluitvlak is gerelateerd aan de buitenste beschermingszone.

4.2       Procedure beheersverordening

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) kent geen voorbereidingsprocedure voor de beheersverordening. Evenmin kent de wet een verplichting voor het bieden van inspraak. De gemeente Ameland houdt geen inspraak voor deze verordening, omdat dit voor de ten grondslag liggende bestemmingsplannen al uitgebreid is gedaan. Bovendien in een later stadium nieuwe bestemmingsplannen voor dit grondgebied vastgesteld. Deze beheersverordening maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk buiten de (voorheen) geldende regelingen om. De beheersverordening wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Hierop zijn hoofdstuk 3a van de Wro en hoofdstuk 3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Ook moet een beheersverordening op grond van artikel 139 Gemeentewet bekend worden gemaakt, omdat de Wro voor de beheersverordening geen van de Gemeentewet afwijkende bepalingen bevat en de beheersverordening onmiskenbaar een gemeentelijke verordening is. Tegen het vaststellingsbesluit van een beheersverordening kan geen bezwaar of beroep worden aangetekend.


 

HOOFDSTUK 5            UITVOERBAARHEID

5.1       Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De veranderingen die de beheersverordening mogelijk maakt, zijn perceelsgebonden en kleinschalig van aard. De beheersverordening voorziet niet in ingrijpende veranderingen waarbij particuliere belangen geschaad kunnen worden. De bestaande situatie en mogelijke situatie uit de (voor deze beheersverordening) geldende juridische regelingen worden voortgezet. Voor die bestemmingsplannen is een uitgebreide planologische procedure doorlopen, waarbij verschillende momenten van inspraak zijn geweest. De maatschappelijke uitvoerbaarheid is hiermee gewaarborgd.

5.2       Economische uitvoerbaarheid

De economische uitvoerbaarheid van een ruimtelijke regeling wordt bepaald door de financiële haalbaarheid van daarin mogelijk gemaakte ontwikkelingen en de grondexploitatie. Bij de mogelijk gemaakte ontwikkelingen gaat het vooral om perceelsgebonden ontwikkelingen. Deze vinden over het algemeen plaats op het moment dat een initiatiefnemer hiervoor geld beschikbaar heeft. Daarmee is in de meeste gevallen de financiële haalbaarheid van een ontwikkeling aangetoond.

Door middel van de grondexploitatieregeling in de Wro en het Bro beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten. De vaststelling van een exploitatieplan is bij een beheersverordening niet nodig. De Wet ruimtelijke ordening geeft namelijk aan dat een exploitatieplan alleen van toepassing is bij een bestemmingsplan, een wijzigingsplan en een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan of de beheersverordening.